U bent nu hier:

Blog Robert Vermeiren

Robert Vermeiren, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie blogt over zijn vak.

Laatste blogs van Robert Vermeiren


» Naar overzicht alle blogs van Robert Vermeiren vanaf 2012


RSS Robert Vermeiren

» Volg de blogs van Robert Vermeiren via RSS.

ADHD heb je niet zomaar (deel 1)

De ADHD-controverse heeft de zomer goed gevuld. Wat de buitenwereld vooral dreigt bij te blijven is een eindeloze welles-nietes discussie en polarisatie tussen voor- en tegenstanders. Een antwoord is er niet gekomen. Schrijnender is dat voor velen wellicht zelfs niet helder meer is waar het over gaat. Wat verdeelt ons? Hierover wil ik het in een viertal blogs hebben.

Ik herken alvast de volgende thema’s. Ten eerste: wanneer is er sprake van ADHD, waar ligt het afkappunt, de grenswaarde die de stoornis bepaalt? Ten tweede, wat ligt eraan ten grondslag, wat zijn de oorzaken van ADHD? Ten derde, als er sprake is van ADHD, wat is de aangewezen behandeling bij een individueel kind? En tot slot lijkt me van belang in te gaan op de redenen waarom ADHD steeds vaker gediagnosticeerd wordt. Het antwoord daarop lijkt immers veel ingewikkelder dan gedacht.

Ik wil zeker niet beweren dat dit de thema’s zijn. Misschien zit ik er zelfs helemaal naast. Ik hoop in alle geval dat deze blogs zullen helpen om terug tot een discussie op inhoud te komen.

In deze blog zal ik bespreken waarom de ‘wanneer is er sprake van ADHD vraag’ zo complex is.

Psychiatrische stoornis

De antwoorden hangen nauw samen met onze ‘definitie’ van psychiatrische stoornissen. Het kan niet genoeg benadrukt worden dat een persoon niet een stoornis heeft omdat hij bepaalde emoties of gedragingen vertoont. Geenszins. Een stoornis heeft men pas als men uit de boot valt door die emoties of gedragingen. Men is erdoor niet in staat maatschappelijk-sociaal-relationeel-schools-beroepsmatig-… te gedijen. Het individu kan de aanwezige kansen niet benutten, het functioneren hapert.

Het afkappunt

Druk zijn, zich wat minder kunnen concentreren of impulsief zijn (de triade van kenmerken horend bij ADHD) hoeft dus absoluut niet te betekenen dat men ADHD 'heeft'. Om van ADHD te kunnen spreken moet men door die kenmerken disfunctioneren. Dit wordt te vaak over het hoofd gezien. Eerder heb ik om die reden het te losse gebruik van psychiatrische labels gehekeld. De ‘aanwezigheid’ van symptomen van drukte of concentratiezwakte wordt te vaak gelijkgesteld aan de stoornis ADHD.

Het probleem is het bepalen van een afkappunt om de aanwezigheid van ADHD vast te stellen. Dat is de grenswaarde waarboven we de symptomen storend achten. Dat er een afkappunt bestaat, wordt door zowel voor- als tegenstanders erkend. Er is een groep die het bestaan van elk afkappunt bestrijdt, doch die is marginaal. Die groep is ervan overtuigd dat de hele psychiatrie onzin is. Hoewel hun aanhang relatief beperkt is, mag hun invloed niet onderschat worden. Ze zaaien aardig wat verwarring bij al diegenen die zien dat er nood is aan een afkappunt. Ze profiteren van de moeilijkheid om hét afkappunt te vangen.

Ontwikkeling en persistentie

Bij een kind wordt de zoektocht naar het afkappunt verder nog gecompliceerd door de factor ontwikkeling en maturiteit. Gedrag dat op een bepaalde leeftijd normaal is, is dat op andere weer niet. Van een kleuter is het niet onlogisch dat die voor zijn beurt praat, wriemelt op zijn stoel, heftig over de speelplaats stuitert, … Op oudere leeftijd is dat wel meer ongepast. Later, tijdens de puberteit, hoort ook weer ‘maturiteitsspecifiek’ gedrag. Dit betekent dus dat we gedrag moeten evalueren in relatie tot de doorlopen ontwikkeling.

Vervolgens moeten we ook nog goed vaststellen dat er sprake is van een persistent patroon van klachten. Een kind kan immers druk en impulsief gedrag vertonen omdat er andere zaken spelen. Bijvoorbeeld verwaarlozing, misbruik of het niet meekunnen komen op school door leerproblemen. Vaak is het gedrag dan tijdelijk en houdt het op als de uitlokkende factor wordt weggenomen. Dat gedrag heet niet ADHD. ADHD is immers een stoornis in de ontwikkeling, en moet daarom al vroeg, voor het zevende levensjaar, aanwezig zijn geweest.

Disfunctioneren

Het afkappunt vinden is zo intens lastig omwille van het begrip disfunctioneren. Criteria zoals drukte en impulsiviteit zijn door gedegen onderzoek nog redelijk goed in kaart te brengen. Veel gemakkelijker bijvoorbeeld dan 'gebrekkig sociaal contact' of  'gestoorde communicatie' die de kern vormen van autisme. Het probleem is dus niet de symptomen zelf herkennen, maar het wegen ervan. Ook anderen zoals Laura Batstra merkten terecht op dat het ‘vaak’ moeten voorkomen van de criteria ingewikkeld is. Het is een zwak punt in de DSM. Het bepalen dat 'vaak' voorkomen vervolgens ook nog eens heeft geleid tot disfunctioneren is echter nog complexer.

Bij sommige personen met ADHD zal niemand er over twijfelen dat ze aan een stoornis lijden. Hun gedrag, hun emoties maken dat ze er van geen kanten in slagen zich aan te passen aan hun omgeving. Ze zijn zo druk dat niemand hen aankan. Het zijn individuen die al vanaf hun vroege ontwikkeling ziek gevonden worden. Zij hebben zorg nodig.

Het grijze gebied van minder goed functioneren

De controverse gaat niet over hen, maar wel over de veel grotere groep waarbij het gestoord zijn niet zo zichtbaar is. Het zijn degenen die wat drukker zijn, en daardoor niet in staat zijn onderwijs te volgen zoals het hoort. Ze vallen niet geheel uit de boot, ze hebben het moeilijker. Moeilijker dan anderen, en vooral moeilijker dan ze het zouden hebben zonder de symptomen. Bij deze groep zitten we diagnostisch in de knel. Want over hoe een kind hoort te functioneren hebben we elk ons eigen idee. Onze overtuiging hierover is gekleurd door onze voorgeschiedenis, onze eigen positie, onze verwachtingen ten opzichte van anderen, enz.

Om nog niet te spreken van de rol van de maatschappij hierin. Van een individu wordt steeds meer verwacht dat hij zijn competenties optimaal benut. In navolging van het Amerikaanse neo-liberale denkbeeld worden we steeds meer verantwoordelijk voor ons eigen slagen. Wie niet slaagt, is of onwillig, of ziek.

Conclusie

Deze blog is de eerste van vier, waarin ik nader in ga op enkele cruciale discussiepunten over ADHD. In deze blog staat het probleem van het afkappunt, de grenswaarde die we hanteren voor het vaststellen van ADHD centraal. Het is duidelijk dat niet zozeer de criteria een probleem zijn, maar wel het inschatten van de ernst ervan en wat dit betekent voor het functioneren. Onze visie daarop is individueel bepaald, en wordt bovendien maatschappelijk beïnvloed.

In deel 2 zal ik verder ingaan op de discussie betreffende de oorzaak en het beslissen tot behandeling in het individuele geval. Ik hoop met deze bijdrage het ADHD debat een inhoudelijke impuls te geven.

 

Laatst gewijzigd: 17 september 2012

Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (1)

"Het "afkappunt" hangt af van de empathie en mildheid van pa en ma, opa en oma en onderwijzenden. Wie de “Intelligent Designer (die schept als een groot kunstenaar)” in ieder kind vermoedt en ook in het onderhavige , schuift het afkappunt naar het oneindige."

A.J. Postmes, oud-jeugdarts, BLOEMENDAAL - 16-08-2012 11:41

Robert Vermeiren

Robert Vermeiren, Foto: Beeldredaktie / Sander Koning Robert Vermeiren, Foto: Beeldredaktie / Sander Koning

Prof. dr. Robert R.J.M. Vermeiren (1968) is hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie aan het LUMC, hoogleraar forensische jeugdpsychiatrie aan de VU en directeur Patiëntenzorg van Curium-LUMC.
» Meer over Robert Vermeiren



-- Advertentie -- 

Tweets

@RobertVermeiren

Volg RobertVermeiren op twitter

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd