U bent nu hier:

Wanneer werkt een geneesmiddel?

Er bestaat een paradigma in de geneeskunde dat het effect van een geneesmiddel alleen adequaat te evalueren is door middel van een gerandomiseerde dubbelblinde klinische studie (randomized clinical trial, RCT). Onder zeer gestandaardiseerde omstandigheden wordt een medicijn vergeleken met een placebo of ander geneesmiddel in studiepopulaties die zo weinig mogelijk van elkaar verschillen. Een prachtige proefopzet, maar natuurlijk niet representatief voor de klinische werkelijkheid van alledag.

Hoe weet ik zeker dat een geneesmiddel dat in de RCT werkt ook effectief is voor de patiënt die tegenover me zit in de spreekkamer? Co-medicatie, leeftijd, individuele karakteristieken, infrastructuur van de zorg etcetera verschillen vaak van de oorspronkelijke testsituatie.

Clinical trial 

De mate van aandacht voor de patiënt in de praktijk is zeker verschillend vergeleken met een clinical trial. Observationele studies daarentegen hebben het voordeel een real life situatie van een groot aantal patiënten te bestuderen en zeldzame bijwerkingen op te sporen. Maar deze studies hebben dan weer te maken met confounders, andere factoren dan de onderzochte die een eventueel effect kunnen verklaren.

Zo waren de vermeende positieve langetermijn effecten van hormone replacement therapy bij postmenopauzale vrouwen vooral gebaseerd op bevindingen uit observationele studies uit de jaren negentig.

Gezag RCT ter discussie

Een grote RCT gepubliceerd in 2002 bekend als de Women’s Health Initiative kon dit niet bevestigen en vond zelfs schadelijke effecten zoals een grotere kans op borstkanker. Dit heeft geleid tot massale aanpassingen in bijsluiterteksten en de klinische praktijk. Een duidelijk bewijs dat aan RCT’s hogere bewijskracht werd toegekend. Toch wordt steeds vaker het gezag van de RCT ter discussie gesteld.

Een tussenvorm is de zogenaamde pragmatische trial. Wel vergelijkend en prospectief maar meer een echte klinische situatie nabootsend. Zeer zinvol maar ook hier gaat generaliseerbaarheid van de resultaten ten koste van de interne validiteit, zo oordeelde de New England Journal of Medicine () recentelijk.

Verplicht RCT

Of RCT’s nou bewijzend genoeg zijn of niet, farmaceutische bedrijven worden verplicht ze te verrichten om een geneesmiddel op de markt te brengen. Maar de Amerikaanse en Europese geneesmiddelenautoriteiten eisen steeds vaker dat er na registratie ook nog grootschalige surveillance studies worden gedaan, op kosten van de farmaceut.

Ook in Nederland zijn doelmatigheidsstudies vaak bepalend voor vergoeding van geneesmiddelen nadat die al eerder in RCT’s hun waarde hebben bewezen. Vaak lijkt de discussie dus niet meer te gaan over wetenschap, maar over financiering van de zorg. Daarnaast is de overheid toenemend risicomijdend. Consequenties van nieuw bewijs over gevaren van geneesmiddelen hebben ook een politieke dimensie. Zo blijft het merkwaardig dat de European Medicines Agency het anti-diabeticum rosiglitazone van de Europese markt haalt, terwijl de FDA daar geen aanleiding toe ziet in de Verenigde Staten.

Tijd voor consensus

Het wordt tijd dat geneesmiddelenonderzoekers, registratieautoriteiten, zorgverzekeraars en methodologen consensus bereiken over het benodigde bewijs voor effectiviteit en veiligheid van nieuwe geneesmiddelen. Op die manier wordt onnodige duplicatie van bewijsvoering voorkomen.

Een goed research artikel eindigt altijd met de aanbeveling dat er meer onderzoek nodig is. In een ideale wereld gebeurt dat ook, maar bij geneesmiddelen wordt de extra bewijslast wel volledig gelegd bij de fabrikant.

Men zal zich moeten realiseren dat diens financiële middelen niet onuitputtelijk zijn.

Waardeer dit item:

Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (1)

"Tussen de autoriteiten van Japan, Europa en de VS is al jaren lang afgesproken dat er een harmonisatie moet zijn en zal komen tussen wat opgevat mag en kan worden als voldoende bewijs voor veiligheid en effectiviteit. Echter...

Harmonisatie, dat klinkt mooi, maar dat zal nooit gaan gebeuren, om verschillende redenen.

Elk van de drie bovengenoemde 'autoriteiten' heeft een machtig groepsEGO, en dat speelt een veel grotere rol als dat iedereen denkt. Of sterker nog, niemand denkt dat bevolkinsggroepen of clans of tribes een groepsEGO kunnen hebben. Maar overal zien we daar manifestaties van. Van Palestina/Israel tot en met de registratie autoriteiten.

En daarnaast is dat wat we opvatten als noodzakelijk en voldoend bewijs van effectiviteit en veiligheid, een maatschappelijk en wetenschappelijk schuivend paneel. Binnen elk ziektebeeld verschuiven de opvattingen waar je bij staat. Zelfs de definities worden steeds omgeformuleerd. Bijvoorbeeld die van neuropathische pijn. Dat wordt nu weer geheel anders gedefinieerd dan 3 jaar geleden, en de kritieken op de huidige definitie zijn alweer overal te vernemen. Zodra een definitie anders wordt, worden de in- en exclusie criteria anders, alsmede de eindpunten.

Dus de uitroep:

" Het wordt tijd dat geneesmiddelenonderzoekers, registratieautoriteiten, zorgverzekeraars en methodologen consensus bereiken over het benodigde bewijs voor effectiviteit en veiligheid van nieuwe geneesmiddelen. Op die manier wordt onnodige duplicatie van bewijsvoering voorkomen. " is navolgbaar maar die tijd van consensus komt NOOIT.
"

Prof. dr. J.M. Keppel Hesselink,arts- farmacoloog, Bosch en Duin - 28-06-2011 13:27


Prof. Dr. Henk Jan Out (1961) is bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde bij de afdeling farmacologie – toxicologie aan het UMC St Radboud in Nijmegen en het Nijmegen Centre for Evidence Based Practice. Hij is tevens Vice-President Clinical Research bij MSD in Oss, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde, lid van het dagelijks bestuur van de Federatie voor Innovatief Geneesmiddel Onderzoek in Nederland en lid van de Raad van Advies van de Dutch Clinical Trial Foundation.

-- Advertentie --

Henk Jan Out in BMJ

British Medical Journal

Henk Jan Outs blog Nu ingrijpen Raad van Bestuur, wordt geciteerd in het toonaangevende British Medical Journal.

Lees verder

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd