Blog Henk Jan Out
Prof. dr. Henk Jan Out blogt en twittert (@henkjanout) op persoonlijke titel over farmaceutische geneeskunde
Publicaties Out
Inaugurele rede 2011: '..., diens woord men spreekt?' De financieringsbron als kwaliteitskenmerk van klinisch geneesmiddelenonderzoek.
Laatste blogs van Henk Jan Out
- 24 mei 2012Klinisch onderzoek met mensen: gaat dat wel goed?
- 14 mei 2012Hoe groot moet een klinische studie zijn?
- 7 mei 2012Transparantie: Een wazig begrip
- 29 april 2012Dialoog?
- 10 april 2012Innovatiemoeheid
- 1 april 2012DSM-5 en belangen, deel 2
- 17 maart 2012Bedrijven, belangen, banden en beïnvloeding
- 12 maart 2012Dè pil
- 5 maart 2012Worden we steeds zieker?
- 13 februari 2012Good Publication Practice
- 6 februari 2012Maatschappelijk verantwoord ondernemerschap
- 30 januari 2012Reclame in medische bladen
- 23 januari 2012Waar voor je geld?
- 16 januari 2012Controle is nodig bij toegang tot ruwe data
- 9 januari 2012De artsenbezoeker
- 14 december 2011Wensenlijstje 2012
Archief
» Lees alle blogs Henk Jan Out vanaf 2011
RSS
» Volg de blogs van Henk Jan Out via RSS.
26 juni 2011
Wanneer werkt een geneesmiddel?
Er bestaat een paradigma in de geneeskunde dat het effect van een geneesmiddel alleen adequaat te evalueren is door middel van een gerandomiseerde dubbelblinde klinische studie (randomized clinical trial, RCT). Onder zeer gestandaardiseerde omstandigheden wordt een medicijn vergeleken met een placebo of ander geneesmiddel in studiepopulaties die zo weinig mogelijk van elkaar verschillen. Een prachtige proefopzet, maar natuurlijk niet representatief voor de klinische werkelijkheid van alledag.
Hoe weet ik zeker dat een geneesmiddel dat in de RCT werkt ook effectief is voor de patiënt die tegenover me zit in de spreekkamer? Co-medicatie, leeftijd, individuele karakteristieken, infrastructuur van de zorg etcetera verschillen vaak van de oorspronkelijke testsituatie.
Clinical trial
De mate van aandacht voor de patiënt in de praktijk is zeker verschillend vergeleken met een clinical trial. Observationele studies daarentegen hebben het voordeel een real life situatie van een groot aantal patiënten te bestuderen en zeldzame bijwerkingen op te sporen. Maar deze studies hebben dan weer te maken met confounders, andere factoren dan de onderzochte die een eventueel effect kunnen verklaren.
Zo waren de vermeende positieve langetermijn effecten van hormone replacement therapy bij postmenopauzale vrouwen vooral gebaseerd op bevindingen uit observationele studies uit de jaren negentig.
Gezag RCT ter discussie
Een grote RCT gepubliceerd in 2002 bekend als de Women’s Health Initiative kon dit niet bevestigen en vond zelfs schadelijke effecten zoals een grotere kans op borstkanker. Dit heeft geleid tot massale aanpassingen in bijsluiterteksten en de klinische praktijk. Een duidelijk bewijs dat aan RCT’s hogere bewijskracht werd toegekend. Toch wordt steeds vaker het gezag van de RCT ter discussie gesteld.
Een tussenvorm is de zogenaamde pragmatische trial. Wel vergelijkend en prospectief maar meer een echte klinische situatie nabootsend. Zeer zinvol maar ook hier gaat generaliseerbaarheid van de resultaten ten koste van de interne validiteit, zo oordeelde de New England Journal of Medicine () recentelijk.
Verplicht RCT
Of RCT’s nou bewijzend genoeg zijn of niet, farmaceutische bedrijven worden verplicht ze te verrichten om een geneesmiddel op de markt te brengen. Maar de Amerikaanse en Europese geneesmiddelenautoriteiten eisen steeds vaker dat er na registratie ook nog grootschalige surveillance studies worden gedaan, op kosten van de farmaceut.
Ook in Nederland zijn doelmatigheidsstudies vaak bepalend voor vergoeding van geneesmiddelen nadat die al eerder in RCT’s hun waarde hebben bewezen. Vaak lijkt de discussie dus niet meer te gaan over wetenschap, maar over financiering van de zorg. Daarnaast is de overheid toenemend risicomijdend. Consequenties van nieuw bewijs over gevaren van geneesmiddelen hebben ook een politieke dimensie. Zo blijft het merkwaardig dat de European Medicines Agency het anti-diabeticum rosiglitazone van de Europese markt haalt, terwijl de FDA daar geen aanleiding toe ziet in de Verenigde Staten.
Tijd voor consensus
Het wordt tijd dat geneesmiddelenonderzoekers, registratieautoriteiten, zorgverzekeraars en methodologen consensus bereiken over het benodigde bewijs voor effectiviteit en veiligheid van nieuwe geneesmiddelen. Op die manier wordt onnodige duplicatie van bewijsvoering voorkomen.
Een goed research artikel eindigt altijd met de aanbeveling dat er meer onderzoek nodig is. In een ideale wereld gebeurt dat ook, maar bij geneesmiddelen wordt de extra bewijslast wel volledig gelegd bij de fabrikant.
Men zal zich moeten realiseren dat diens financiële middelen niet onuitputtelijk zijn.
|
Waardeer dit item:
|
Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (1)
"Tussen de autoriteiten van Japan, Europa en de VS is al jaren lang afgesproken dat er een harmonisatie moet zijn en zal komen tussen wat opgevat mag en kan worden als voldoende bewijs voor veiligheid en effectiviteit. Echter...
Harmonisatie, dat klinkt mooi, maar dat zal nooit gaan gebeuren, om verschillende redenen.
Elk van de drie bovengenoemde 'autoriteiten' heeft een machtig groepsEGO, en dat speelt een veel grotere rol als dat iedereen denkt. Of sterker nog, niemand denkt dat bevolkinsggroepen of clans of tribes een groepsEGO kunnen hebben. Maar overal zien we daar manifestaties van. Van Palestina/Israel tot en met de registratie autoriteiten.
En daarnaast is dat wat we opvatten als noodzakelijk en voldoend bewijs van effectiviteit en veiligheid, een maatschappelijk en wetenschappelijk schuivend paneel. Binnen elk ziektebeeld verschuiven de opvattingen waar je bij staat. Zelfs de definities worden steeds omgeformuleerd. Bijvoorbeeld die van neuropathische pijn. Dat wordt nu weer geheel anders gedefinieerd dan 3 jaar geleden, en de kritieken op de huidige definitie zijn alweer overal te vernemen. Zodra een definitie anders wordt, worden de in- en exclusie criteria anders, alsmede de eindpunten.
Dus de uitroep:
" Het wordt tijd dat geneesmiddelenonderzoekers, registratieautoriteiten, zorgverzekeraars en methodologen consensus bereiken over het benodigde bewijs voor effectiviteit en veiligheid van nieuwe geneesmiddelen. Op die manier wordt onnodige duplicatie van bewijsvoering voorkomen. " is navolgbaar maar die tijd van consensus komt NOOIT.
"
Prof. Dr. Henk Jan Out (1961) is bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde bij de afdeling farmacologie – toxicologie aan het UMC St Radboud in Nijmegen en het Nijmegen Centre for Evidence Based Practice. Hij is tevens Vice-President Clinical Research bij MSD in Oss, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde, lid van het dagelijks bestuur van de Federatie voor Innovatief Geneesmiddel Onderzoek in Nederland en lid van de Raad van Advies van de Dutch Clinical Trial Foundation.
Henk Jan Out in BMJ
Henk Jan Outs blog Nu ingrijpen Raad van Bestuur, wordt geciteerd in het toonaangevende British Medical Journal.
