Oudere dokters en hun expertise
Jos Snoek
Dokters zijn net mensen. Ze worden ouder, en daarmee gaan onvermijdelijk hun geheugen en denksnelheid achteruit. Maar in de loop der jaren hebben zij tevens een rijke ervaringskennis opgebouwd. Wat betekent dit voor de expertise van oudere artsen, en hoe kunnen zij die expertise behouden? Een vraag bij uitstek voor neuroloog Jos Snoek, hoogleraar Klinisch Onderwijs.
We moeten straks allemaal langer doorwerken. Ook wij, dokters. Hoe veilig is dit voor onze patiënten? De hoeveelheid medische kennis neemt exponentieel toe en het bijhouden van de medische literatuur is onbegonnen werk, zelfs in een overzichtelijk subspecialisme.
En ja, ook de hersenen van dokters verouderen, net als die van ieder ander mens. Ook bij hen leidt met het klimmen der jaren 'neurologische erosie' tot verlies aan cognitieve cerebrale functies. Zoals denksnelheid, geheugenprestaties en perceptuele en psychomotore vaardigheden.
Ervaring en zorgkwaliteit
In een geruchtmakend artikel in 2005 gaven medewerkers van Harvard een overzicht van onderzoeken die betrekking hadden op de relatie tussen klinische ervaring en de kwaliteit van gezondheidszorg. Hun bevindingen waren tamelijk ontnuchterend.
In de meeste onderzoeken werd een negatief verband aangetoond tussen zaken als (feiten)kennis en de mate van toepassing van richtlijnen over diagnostiek en behandeling. Een klein aantal onderzoeken beschreef overigens juist een positieve relatie.
De conclusie van het Harvard-onderzoek was paradoxaal. Juist artsen met veel praktijkervaring lopen het risico slechtere kwaliteit van zorg te leveren. Natuurlijk was er veel kritiek, deels zeer terecht. Maar de bevindingen kunnen we niet negeren.
Oudere, ervaren dokters zijn meestal goed in het herkennen van patronen. Ze hebben in al die jaren praktijkvoering veel gezien, een rijk bestand opgebouwd aan ervaringskennis.
Hun niet-analytische vormen van klinisch redeneren zijn beter ontwikkeld dan die van hun jonge collega's. Met name hun intuïtieve vaardigheden zijn in de loop van vele jaren aangescherpt. Ze zien sneller waar ze de oplossing van een diagnostisch probleem moeten zoeken.
Daarnaast hebben ze, als het goed is, klinische wijsheid ontwikkeld. Ze zijn beter in staat de waan van de dag te relativeren.
Rijke ervaringskennis
Inderdaad, oudere dokters hebben de recente medische feitenkennis in het algemeen een stuk minder paraat dan recent afgestudeerde artsen. En zeker, oudere dokters zijn aantoonbaar slechter in analytische vormen van klinisch redeneren dan hun veel jongere collega's.
Maar vaak hebben oudere artsen die vorm van expliciet redeneren in hun klinische praktijk helemaal niet nodig, dankzij hun rijke ervaringskennis.
Let wel: dit onderscheid geldt primair voor het stellen van diagnoses. Voor therapeutische beslissingen doet ook de zeer ervaren clinicus er goed aan om de door de beroepsgroep vastgestelde actuele richtlijnen te volgen.
Expertise is goed verankerd
'Tacit knowledge', de stilzwijgende procedurele kennis waar expertise vooral op berust, blijkt minder aangetast door veroudering dan globale mentale vermogens als geheugenfuncties en aandacht. Deze kennis lijkt goed verankerd in met name de prefrontale gebieden.
Bovendien zijn er aanwijzingen dat ervaringskennis (kennis en ervaring) negatieve invloeden van algemene cerebrale veroudering in goed afgebakende (domeinspecifieke) professionele activiteiten kan compenseren.
Om expertise op peil te houden, is actieve scholing nodig. Expertise op oudere leeftijd kan niet alleen gebaseerd blijven op in het verleden opgedane ervaringen. 'Deliberate practice', doelbewuste oefening of bijscholing is ook voor experts nodig om hun expertise in stand te houden: kritisch studeren en leren van ervaringen. Zeker ook van fouten.
Expertise heeft onderhoud nodig. Zoals meesterpianist Vladimir Horowitz op bejaarde leeftijd zei: 'If I don’t practice for a day, I know it. If I don’t practice for two days, my wife knows it. If I don’t practice for three days, the world knows it'. Dit geldt ook voor de ervaren dokter.
6 juli 2010
Jos Snoek
Curriculum Vitae Jos Snoek
| 1949 | Geboren in Kerkrade |
| 1981 | Neuroloog, Academisch Ziekenhuis Groningen |
| 1989 | Proefschrift: Het denken van de neuroloog, Rijksuniversiteit Groningen |
| 1989 - heden | Neuroloog, Martini Ziekenhuis Groningen |
| 2006 | Coördinator masteropleiding geneeskunde, UMC Groningen |
| 2007 | Hoogleraar Klinisch Onderwijs, Rijksuniversiteit Groningen |
Volgende column
Kan medicatie de cognitieve prestaties van oudere dokters verbeteren? In de VS gebruiken steeds meer academici 'cognition enhancing drugs'. Is dit zinvol?
Een vraag voor Pim van Gool, hoogleraar neurologie. Hij schrijft de volgende column op Artsennet.
Gerelateerd:
| Datum | Titel |
|---|
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
Meer columns uit de portal
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Beste Steven | ||
| Artsen moeten investeren in zelfreinigend vermogen | ||
| Zuinig zijn op de toekomst | ||
| Psychologische gegevens: einde aan de status aparte? | ||
| Houdbare zorg begint bij harde afspraken | ||
| Vertrouwen vragen. Veel gevraagd? | ||
| Het (laatste) oordeel | ||
| Lobby: minder spannend dan het lijkt | ||
| Disfunctionerende specialisten: een uitstervend ras!? | ||
| Reëel beeld over zorg in laatste levensfase |

