U bent nu hier:

Psychiater leert artsen stress de baas te zijn

Robert Crommentuyn

Ze is moeilijk te vinden. Verscheidene malen denkt de congresleiding een ontmoeting met dr. Mamta Gautam te kunnen arrangeren, maar telkens loopt het mis. 's Middags lukt het toch om deze Canadese psychiater te spreken. Dat ze hier zo’n drukke agenda heeft, verbaast niet.

‘Doctors’ health matters’ heet dit congres dat wordt gehouden in het hoofdkwartier van de British Medical Association (BMA). De BMA houdt het samen met de Amerikaanse en Canadese zusterorganisaties. Drie dagen lang spreken een kleine 400 congresgangers over de laatste stand van zaken in het onderzoek naar de gezondheid van artsen, de preventie van stress en burn-out, zelfhulpprogramma’s en nieuwe verschijnselen als het litigation stress syndrom, ofwel ziekte als gevolg van tucht- of strafrechtelijke vervolging.

Serendipiteit

Het congres is een kolfje naar Gautams’ hand. Haar introductie als spreker duurt zeker tien minuten. Zij is bijvoorbeeld oprichter van een wellness-programma voor geneeskundestudenten van de universiteit van Ottawa. En ze is vice-voorzitter van het centrum voor arts, gezondheid en welbevinden van de Canadian Medical Association. Maar bovenal is ze bekend als de dokter van doktoren. Al achttien jaar houdt zij praktijk in Ottawa met een clientèle die uitsluitend bestaat uit artsen.

Haar bijzondere specialisme is eigenlijk bij toeval ontstaan, aldus Gautam. ‘Een geval van serendipiteit, zou je kunnen zeggen. Ik was vast van plan om kinderpsychiater te worden en was daarvoor ook in opleiding. Toen werd ik door een vriendin gevraagd om een spreekbeurt over te nemen. Zij was door ziekte verhinderd. Het onderwerp van de spreekbeurt was depressie en het publiek bestond uit artsen. Na afloop kreeg ik een aantal heel erg positieve reacties op de manier waarop ik het onderwerp had behandeld. Uiteindelijk kwamen mijn eerste drie arts-patiënten uit dat publiek. Dat is nu achttien jaar geleden.’

Gautams’ patiënten hebben behalve hun beroep weinig gemeenschappelijke kenmerken. Ze ziet mannen, vrouwen, jonge en oude artsen. Ook de problemen die ze behandelt, zijn heel divers. De hoofdmoot wordt gevormd door artsen met een burn-out of met verschijnselen van chronische stress. Maar er zijn ook patiënten met eetstoornissen of een depressie. Een enkele keert dient zich een arts aan met een bipolaire stoornis of met schizofrenie.

Gelijkwaardige kennis

Artsen zijn geen standaardpatiënten, zegt Gautam. ‘Voor de “gewone” patiënt is de dokter een wijs persoon wiens raad moet worden opgevolgd. Als de patiënt arts is, dan beschikt hij over gelijkwaardige kennis. Dat vereist andere omgangsvormen. De persoonlijkheid van de gemiddelde arts is wat dat betreft niet erg behulpzaam. Artsen willen graag de controle houden. Ook over de behandeling van hun eigen ziekte.’ Dokters kunnen daarom best lastig zijn. ‘Jazeker. Maar ik heb ermee leren omgaan. Ik heb begrip voor hun houding en laat het toe. Ik anticipeer op de wens om mee te denken. Ze krijgen zoveel mogelijk een gelijkwaardige rol. Al blijft het natuurlijk zo dat ik de beslissingen neem.’

En in zekere zin zijn artsen juist ook weer gemakkelijke patiënten. ‘Als ze eenmaal inzien dat ze hulp nodig hebben en zich tot een arts wenden, dan gaan ze er ook voor. Ze weten wat hen te wachten staat, waarom bepaalde therapieën wel of niet van toepassing zijn en als ze met een behandeling instemmen, zijn ze ook erg trouw. Artsen hebben gemiddeld genomen een goed ontwikkeld introspectievermogen.’

Pleasers

Hoewel haar expertise alle gangbare psychiatrische stoornissen betreft, wil ze haar toehoorders op dit congres laten terugkeren naar de basis. Dat wil zeggen: ze wil haar collega-artsen het inzicht verschaffen dat geen enkele dokter immuun is voor chronische stress. Zonder ingrijpen ligt een burn-out, drank- en drugsmisbruik of erger op de loer. ‘Het is een mythe te denken dat artsen goed voor zichzelf zorgen omdat ze weten hoe het hoort. Dat is niet zo. Ze zijn vatbaar voor chronische stress en gaan er lang niet altijd goed mee om.’

Voor een deel is dat het gevolg van de artsenpersoonlijkheid. ‘Het is een feit dat de geneeskundeopleiding een bepaald persoonlijkheidstype aantrekt. Artsen zijn pleasers. Ze willen het goede doen en kunnen geen nee zeggen. En artsen zijn consciëntieuze uitblinkers: mensen die het belang van anderen boven dat van zichzelf stellen en altijd bereid zijn tot een extra inspanning. En dan hebben ze ook nog een enorm verantwoordelijkheidsbesef. Ga maar na, het is “check, check, check”. Zo zijn wij allemaal! En dat is ook goed, het zijn de eigenschappen die iemand een goede dokter maken. De vraag is alleen: hoe ga je er verstandig mee om?’

Volgens Gautam gaat het fout als de balans zoekt raakt. ‘Als je dit menstype aan stressvolle omstandigheden blootstelt, dan kan het te veel worden. En zowel de medische opleiding als het artsenvak zit vol stressoren. Het werk zelf kan belastend zijn, er kan een gebrek aan financiële middelen zijn en sommige artsen ervaren onvoldoende steun of krijgen weinig of geen waardering. Het chronische schuldgevoel kan ertoe leiden dat een arts meer verantwoordelijkheid neemt dan nodig is. Perfectionisme kan ertoe leiden dat een arts heel veel moeite doet voor een kleine verbetering van het resultaat. Als de druk te groot wordt, ontstaat het gevoel van controleverlies en dat is in alle gevallen de grootste stressveroorzaker.’

Jaren ervaring hebben de Canadese psychiater doen nadenken over de vraag of er een gemeenschappelijke eigenschap ten grondslag ligt aan de problemen die sommige artsen ervaren. ‘In mijn praktijk zie ik vaak artsen die in de kindertijd een verwrongen zelfbeeld hebben opgedaan. Ze denken dat ze emotioneel zijn verwaarloosd door hun ouders of dat ze extreem veeleisende ouders hadden. Dergelijke kinderen krijgen het idee dat ze niet goed genoeg zijn en houden dat idee hun leven lang in stand. Ook andere professionals, zoals advocaten en topmanagers, herkennen zich vaak in dit beeld.’

Bagatelliseren

De artsenpersoonlijkheid staat het zoeken naar hulp in de weg. ‘Liever negeren artsen hun eigen psychische gezondheidsklachten’, bevestigt Gautam. ‘Hulp zoeken wordt gezien als zwak. Ze zien zichzelf als hulpgevers en niet als hulpvragers. Ze zijn ook meesters in het uitstellen van de hulpvraag. Ze ontkennen de problemen of bagatelliseren ze (“mijn collega is er erger aan toe”). Ook zie je dat ze stressproblemen rationaliseren (“ik ben gewoon aan vakantie toe”) of dat ze de oplossing zoeken door juist harder te werken.’

Doordat artsen laat hulp zoeken, zijn de klachten vaak ook ernstiger dan bij “gewone” patiënten. ‘Meestal is er sprake van een crisissituatie’, aldus Gautam. Het vereist volgens haar nog een hele cultuuromslag om dat te veranderen. Daarbij komt dat collega-artsen zich vaak afzijdig houden als ze een collega zien disfunctioneren. ‘Ze willen zich er liever niet mee bemoeien’, stelt Gautam vast. Volgens haar zijn ze vaak bang om zich te vergissen. ‘“Die collega zal het zelf toch beter weten?”, denken ze dan.’ En in sommige gevallen is mentale ziekte van een collega-arts te confronterend. ‘Als hij ziek is, hoe zit het dan met mezelf?’

Als gestreste of opgebrande artsen eenmaal de hulpverleningsdrempel hebben genomen, blijkt behandeling vaak succesvol. ‘Ik geef zoveel mogelijk positieve tips. Belangrijk is vooral dat artsen zonder schuldgevoel leren om eerst aan zichzelf en niet aan anderen te denken. Dat is een lastige les voor iemand die zijn leven in dienst heeft gesteld van de ander. Maar mijn ervaring is dat artsen snelle studenten zijn. Een ding hebben alle artsen gemeen: ze sluiten geen compromissen als het om de kwaliteit van patiëntenzorg gaat. Als ze eenmaal inzien dat eerst aan jezelf denken uiteindelijk goed is voor de patiënt, dan zijn ze om.’

Volgens Gautam moeten artsen ervan doordrongen raken dat zij niet immuun zijn voor welke ziekte dan ook. En daarbij is nodig dat ze leren inzien dat behandeling mogelijk en effectief is. ‘Na behandeling kunnen de meeste zieke artsen hun carrière weer oppakken. Patiënten vragen zich wel eens af of ze wel kunnen vertrouwen op een arts die bij een psychiater loopt. Ik zou zeggen: als ze bij mij lopen, dan gaat het eigenlijk heel erg goed met ze.’

15 tips om chronische stress en burn-out te voorkomen

  1. Zorg eerst voor jezelf 
  2. Doe de leuke dingen en laat de vervelende
  3. Creëer tijd waarin je voor niets of niemand verantwoordelijk bent
  4. Ga sporten of beoefen je hobby
  5. Lach vaker
  6. Stel prioriteiten
  7. Anticipeer
  8. Leer nee zeggen
  9. Neem een pauze voordat je een nieuwe taak oppakt
  10. Neem geen werk mee naar huis
  11. Boek aan het eind van de ene vakantie alvast de volgende
  12. Doe ontspanningsoefeningen
  13. Deel je ervaringen met collega’s
  14. Zorg dat je een huisarts hebt
  15. En de belangrijkste tip: zeg niet ‘ik ga het proberen’, maar voer zonder aarzelen minstens drie tips uit

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Banennieuws

 

Datum   Titel
15-04-2014 Carrièrevrouwen moeten bij Erasmus zijn
04-04-2014 Tweeduizend artsen krijgen geld van farma
04-04-2014 Aantal verwisselingen daalt gestaag


-- Advertenties -- 

--  Einde advertenties -- 


Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd